Het belang van intensieve Europese samenwerking voor de energietransitie

Auteur: Laura Dignum | Leestijd 3-4 minuten

In een tijd waar landen de neiging hebben zich in zichzelf te keren en waarin politieke partijen die pleiten voor minder Europese samenwerking aan populariteit winnen (we noemen geen namen, maar werpen naast ons eigen land wel even een schuine blik op Italië, Finland en Zweden), is het essentieel om naar het belang van deze samenwerking te kijken. Extra handig gezien de Europese verkiezingen voor de deur staan. Wat betekent Europese samenwerking voor de energietransitie?  

Huidige samenwerking 

Voordat we in de kritieke noot duiken, mag allereerst even de positieve kant belicht worden. Er wordt namelijk al veel gedaan in het kader van samenwerking, sterker nog: ons energiesysteem is al sterk Europees verbonden. Nederland heeft een directe elektriciteitsverbinding met België, Duitsland, Engeland, en Noorwegen, en staat via deze netten verder in verbinding met het Europese elektriciteitsnet. Er wordt handelgedreven op de Europese energiemarkt tussen dertien verschillende landen, met hierin ook geografisch uit elkaar liggende deelnemers als Finland, Groot-Brittannië en Zwitserland. Deze markt is ondertussen essentieel om in te kunnen spelen op de flexibiliteit van de energievoorziening door met name hernieuwbare energiebronnen.

Los van deze fysieke connecties, vindt er veel samenwerking plaats op het gebied van innovatie en onderzoek, en zijn er menig cross-sectorale en multinationale coalities. Om meer te weten over de Europese visies en plannen, zet deze alvast in je agenda: 11 t/m 13 juni de European Sustainable Energy Week 2024.  

Zoals de meeste mensen ook weten, vindt er veel regulering plaats op Europees niveau. Dit is zowel in regelgevende kaders als voor het stellen van klimaat- en energietransitie-doelen. Een belangrijke hierin is de Green Deal, waarin ook voor de energietransitie hoofdprincipes zijn uitgezet. Hierin ligt een grote nadruk op een volledig geïntegreerde en onderling verbonden energiemarkt binnen de Europese Unie.

Hoewel deze plannen worden vertaald naar nationaal beleid, blijven we voor het succes ervan sterk afhankelijk van de Europese markt. 

Europese ambities

De visie van ons kabinet is helder opgesteld in het Nationaal Plan Energiesysteem – de kabinetsvisie voor het energiesysteem tot 2050 – eind 2023 aangeboden door demissionair minister Rob Jetten (Klimaat en Energie). Ook hierin komt de essentiële samenwerking naar voren:

“Samenwerking met andere Europese landen is cruciaal voor een stabiel en betaalbaar energiesysteem, temeer omdat de productie van elektriciteit op basis van grotendeels hernieuwbare bronnen in steeds sterkere mate beïnvloed wordt door weersomstandigheden. Nederland blijft daarom inzetten op een versterkte integratie van de Europese markt op elektriciteit, gas en waterstof. Daarmee is Nederland voor de verduurzamingsopgave van het energiesysteem intrinsiek afhankelijk van de keuzes die andere landen maken. Het kabinet wil daarom de nationale plannen ook in regionaal en Europees verband bespreken en op elkaar afstemmen”.

Naast dit belang worden de economische voordelen voor en gunstige positie van Nederland benadrukt. De strategische positie van Nederland ten opzichte van grote steden en industrieclusters in Noordwest-Europa, onze sterke havens, en de rol als belangrijke producent van windenergie op de Noordzee bieden grote kansen voor opslag, conversie en distributie in en tussen verschillende energieketens. Hiermee zou Nederland een belangrijke hub kunnen worden voor de Europese energiemarkt.

Specifieke actiepunten voor de Europese energietransitie worden helder vermeld in een uitgebreid onderzoek van McKinsey, waarin meerdere focusgebieden zijn geïdentificeerd om een beter en sneller transitiepad te kunnen realiseren. Een greep uit de actiepunten die betrekking hebben op Europese samenwerking:

  • Verstevigen van nationale en transnationale coördinatiemechanismen om een betere geïntegreerde planning te realiseren binnen verschillende waardeketens en technologieën.
  • Ontwikkelen van flexibele, grensoverschrijdende gasnetwerken voor vervoer van brandstoffen met een lagere uitstoot.
  • Verbeteren van Europese samenwerking binnen essentiële waardeketens, om hierbij minder afhankelijk te zijn van specifieke internationale machten.
  • Investeren in de ontwikkeling van kritische technologieën op Europese bodem.  

En dan nu de politiek nog…

Het moge duidelijk zijn: een intensieve Europese samenwerking is essentieel voor de energietransitie. En hier zullen door de Europese Unie én verschillende lidstaten extra stappen gezet moeten worden. Waarbij we geen tegenwerkende politiek kunnen gebruiken.

De peilingen voor de Europese verkiezingen op dit moment echter, laten ook hier de populariteit zien voor radicaal-rechtse partijen. Eind maart waren de voorspellingen dat zelfs een kwart van de stemmen naar eurosceptische partijen zouden kunnen gaan. Partijen die de EU van binnenuit willen hervormen, en vooral bij thema’s als klimaat en migratie op de rem willen gaan staan.

En dat is nou juist net niet wat we nodig hebben.

Volgens een van de belangrijke commentatoren van de Europese politiek, Ivan Krastev, moet dit gevaar niet gedramatiseerd worden. Als we kijken naar de peilingen, zullen de belangrijkste radicaal-rechtse fracties een kleine 200 van de 720 zetels gaan bezetten. “Dat is veel, maar ze gaan Europa echt niet overnemen”, aldus Krastev.

Het positieve blijft dat er met deze verwachtingen alsnog een ruime meerderheid blijft aan ‘niet-euro-sceptische’ partijen. De moeilijkheid kan hem echter in de politieke samenwerking gaan zitten, met een grotere aanwezigheid van radicaal-rechts.

We hebben nog een paar maanden te gaan, en kunnen nu nog zeggen: peilingen zijn slechts peilingen, ze kunnen altijd nog anders uitvallen. Laten we hopen dat ze deze keer de EU wel gunstig gezind zijn. En om af te sluiten in het kader van optimisme, werpen we graag nog even een blik op het recente nieuws van de Zwitserse ‘seniorinnen’: het Europese gerechtshof dat deze groep vrouwen gelijk heeft gegeven in hun strijd tegen klimaatverandering. Hoopvol!